ja_mageia

  • Verklein lettergrootte
  • Normale lettergrootte
  • Vergroot lettergrootte
Home
Wadden natuur: vogels Afdrukken
haakFlora
haakFauna algemeen
haakVogels
 haakVoedsel zoeken
 haakVogeltrek
 haakZoogdieren

Vogels
Het is niet verwonderlijk dat in een zó voedselrijk en zó gevarieerd gebied als de Waddenzee, dat bovendien langs het vasteland is gelegen, een grote variatie aan vogels is te vinden. Het Waddengebied is tientallen malen rijker aan voedsel dan bijvoorbeeld de Noordzee. Naast de voedselrijkdom zijn het vooral de hier ruimschoots aanwezige rust en ruimte die het gebied zo aantrekkelijk maken voor vogels. Hieronder vind u een beschrijving van vogels die u, vooral, kunt aantreffen in het Wadengebied.

Steltlopers
Kluut.
Sinds de jaren veertig van de eeuw neemt het aantal kluten in het Waddengebied ontegenzeggelijk toe. Vooral de kwelders langs vasteland zijn voor de kluut van groot belang. Kluten leven in kolonies van enkele tientallen paren; de nesten liggen enkele meters uit elkaar en bestaan uit plantenresten. De eieren (4 a 6 in getal) zijn door hun geelbruine kleur met donkerbruine vlekken moeilijk te vinden. De kluut heeft een voorkeur voor zacht slib om in te foerageren. De kluut is een typische broedvogel van het Waddengebied. De dieren overwinteren in Zuidwest Europa

Wulp.
Eén van onze grootste steltlopers is de wulp, een vogel die overwintert in het waddengebied. Zodra de wulpen van Noord -Europa (Finland en omstreken) aan hun broedverplichtingen hebben voldaan, keren ze terug naar de Waddenzee.Wulpen eten schelpdieren en wormen, die ze met de lange, naar onderen kromgebogen snavel uit het wad 'plukken' , en verder garnalen en krabben. Zodra ijsgang het onmogelijk maakt voldoende voedsel op het wad bijeen te vergaren 'verkassen' ze naar de weilanden, die langs de kust en op de eilanden volop aanwezig zijn.

Tureluur
Broeder, doortrekker en overwinteraar: zo valt de tureluur te omschrijven vanwege de wijze waarop deze vogel gebruik van het waddengebied maakt. de dieren die broeden rond Noordzee en zuidelijke Oostzee verschijnen half maart in de Waddenzee, waar een deel van hen gaat broeden. Meteen na het broeden vertrekken ze naar de Afrikaanse overwinteringgebieden.Tureluurs uit Noord Scandinavië komen vanaf half juli in het waddengebied en trekken weer snel door, ook naar Afrika. IJslandse tureluurs arriveren in augustus in de Waddenzee. Zij ruien en overwinteren hier, om in april weer naar IJsland te vertrekken. Zo zijn in verschillende perioden van het jaar op de wadden verschillende groepen tureluurs aan te treffen, die hier allemaal wat anders te doen hebben!

Kanoetstrandloper
Voor de kanoetstrandloper is de Waddenzee een belangrijke plaats om te ruien en te overwinteren. Broeden doen kanoetstrandlopers op de toendra's en de rotsen van Siberië, Groenland en Noord-Canada. De Siberische kanoeten overwinteren langs de Afrikaanse westkust. Het grootste deel van de Groenlandse en Canadese populaties, ruit en overwintert in Noordwest-Europa: op de Britse eilanden, in de Waddenzee en in het Deltagebied vanaf eind juli tot begin mei. Kanoetstrandlopers zijn karakteristieke bewoners van de getijdengebieden. Zij eten vooral kleine schelpdieren, maar ook wel wadslakjes en wormen. Ze foerageren vaak in groepen van tientallen tot honderden vogels bij elkaar. Rusten doen ze met tienduizenden vogels opeen gepakt op zandige platen.

Scholekster
Ooit was de scholekster een uitgesproken kustvogel en als zodanig rond de Waddenzee een heel gewone broedvogel. Vanaf het begin van deze eeuw kregen de scholeksters echter de neiging om ook meer landinwaarts te gaan broeden. Nu broedt de vogel in alle provincies van ons land. En hoewel de 'bonte piet' daarmee geen typische kustvogel meer is, mogen we hem toch nog wel een wadvogel noemen. Het hele jaar door zien we scholeksters immers in grote groepen op en bij de wadden. Scholeksters hebben een voorkeur voor schelpdieren: mosselen, kokkels en nonnetjes.

Lepelaar.
Eigenlijk tot de reigerachtige behorend is de lepelaar. Voor het gemak behandelen we deze 'tropische verschijning in ons koele land' hier echter bij de steltlopers. De lepelaar broedt in ons land maar op een beperkt aantal plaatsen: het Naardermeer, het Zwanenwater bij Callantsoog, de Oostvaardersplassen en in het waddengebied op Texel, Vlieland en Terschelling. Deze slanke schoonheid met haar opvallende lepelvormige snavel is van oorsprong een broedvogel van Zuid-Europa, die met de waddeneilanden de noordgrens van haar verspreidingsgebied heeft bereikt. De dieren zijn over het algemeen zwijgzaam, maar bij opwinding klepperen ze met hun snavels. Foerageren doen de lepelaars in laagstaand water, waarbij voornamelijk klei en jonge visjes, garnalen en vlokreeftjes gevangen worden. Broeden vindt plaats in kolonies.

Lepelaars  

Overige steltlopers
Behalve de reeds genoemde soorten, zijn nog meer steltlopers die u in het waddengebied kunt aan- treffen. Een veel voorkomende soort is de rosse grutto, de groenpootruiter vooral in de nazomer. Op het wad voor. De steenloper die zijn naam komt vanwege de gewoonte stenen, schelpen en dergelijke op te tillen op zoek naar voedsel.

Meeuwen en sterns

Zilvermeeuw
Deze majestueuze vlieger is de laatste jaren geweldig in aantal toegenomen. De dieren zijn praktisch alleseters en hun voedselkeuze is welhaast onbeperkt. In het waddengebied eet de zilvermeeuw vooral mosselen, kokkels en krabben. Maar een klein deel van de populatie is vervallen tot de status van rover en eet ook jonge vogels: bergeenden, eidereenden en ook weidevogels. De geweldige toename van de zilvermeeuwpopulatie heeft te maken met onze welvaartmaatschappij. Als echte vuilnismannen hebben de vogels de vuilnisbelten ontdekt en voeden zij zich met het afval van onze consumptiemaatschappij. Zilvermeeuw wen komen voor als stand- en als zwerfvogel.

Kokmeeuw  

Het aantal kokmeeuwen op de wadden vormt ongeveer éénderde van de totale Nederlandse populatie Net als andere meeuwensoorten broedt ook de kokmeeuw in kolonies De kokmeeuw heeft in de zomer een donkerbruine kop, in de winter wit met wat donkere vlekjes. Het dier kan de respectabele leeftijd bereiken van zo'n 30 jaar.

Grote stern.
Eind april arriveren de grote sterns uit hun overwinteringgebieden langs de West-Afrikaanse kust in het Nederlandse waddengebied. De vogels vestigen zich bij voorkeur op kleine, rustige eilandjes waar zij veilig In de loop van deze eeuw waren erin het Nederlandse waddengebied omvangrijke broedkolonies van de grote stem op het Balgzand, Texel, Rottum en Griend.

Overige meeuwen en sterns
Behalve zilvermeeuwen en kokmeeuwen zijn daarbij ook andere soorten. De bekendste is wel de stormmeeuw, een minder algemene soort die lijkt op de zilvermeeuw, maar veel kleiner is. Het is een vogel die hier broedt, in grote getale doortrekt, maar in ons land ook massaal overwintert. De stormmeeuwen die hier broeden trekken in het najaar weg. Ook de kleine mantelmeeuw lijkt op de zilvermeeuwen is ongeveer even groot, maar de bovenzijde, de 'mantel', is bij de oudere vogels donkerder, leigrijs gekleurd. Op bijna alle eilanden broedt deze vogel wel. Het visdiefje, wordt om haar typische vlucht ook wel zeezwaluw genoemd.

Eenden

Eidereend
Op alle waddeneilanden broeden verschillende eendensoorten, waarvan de eidereend het meest talrijk is. De eidereend is eigenlijk één van onze kleinste gansachtigen; het dier is dan ook fors van gestalte. Het eerste broedgeval van de eidereend in ons land werd in 1906 op Vlieland vastgesteld. De meeste eidereenden verblijven niet het gehele jaar door in het waddengebied, hoewel er een kleine kern is van vaste bewoners die hier broeden, ruien en overwinteren. Maar de meeste eidereenden peddelen op en neer tussen de Waddenzee en de Baltische Zee. Eidereenden voeden zich voornamelijk met mosselen en kokkels, die in hun geheel doorgeslikt worden. In het voorjaar verzamelen de eidereenden zich, vlakbij de broedplaats, in groepen op zee.

Eidereend Smient

Bergeend.
Van de totale West-Europese populatie van deze grotere eendensoort verblijven 's winters 25 a 40%, in de Nederlandse Waddenzee. In tegenstelling tot de eidereend, bezitten de bergeendvrouwtjes geen 'camouflagepak'. De reden hiervoor is de min of meer verborgen broedplek; daarvoor kiest de bergeend graag een verlaten konijnenhol. De jongen worden van eind april tot eind juli geboren met een piek in juni. Op het t' wad sluiten de jongen van meerdere legsels zich vaak aaneen; bewaking vindt plaats door één ouderpaar of twee 'tantes'. Soms hebben de pas uitgekomen bergeendjes het moeilijk om het wad te bereiken, omdat ze onderweg een grote kans lopen opgewacht te worden door hongerige zilvermeeuwen. Met name op Schiermonnikoog doet deze vraat zich voor; zilvermeeuwen roven soms overigens ook jonge eidereendjes. De migratie van de bergeend staat volledig in het teken van de ruitrek. Elk jaar trekken vrijwel alle volwassen exemplaren vanuit hun broedgebieden naar het waddengebied in de Duitse Bocht, om daar gezamenlijk te ruien. Als gevolg van de rui kunnen de vogels vier weken lang niet vliegen. Door een plaats midden in het wad te kiezen zijn ze dan toch veilig voor allerlei landroofdieren. Bovenaan het menu van de bergeend staat het wadslakje. Daarnaast eten de dieren echter ook allerlei weekdieren, kleine kreeftachtigen, wormen, insecten en algen.

Andere eendensoorten
Op de wadden eilanden broeden nog tal van andere eendensoorten zoals wilde eend, slobeend, wintertaling, zomertaling, pijlstaart, en kuifeend. Van deze soorten is de wild eend het talrijkst en de pijlstaart het zeldzaamst als broedvogel. Verder zijn in het waddengebied nog aan te treffen: smient en toppereend.

Ganzen
De ganzen in het waddengebied zijn voornamelijk gasten in het winterhalfjaar. Voor de meeste vakantiegangers zijn het dus onbekende soorten. Het meest voorkomend in het waddengebied zijn de brandgans en de rotgans.

Rotgans.
De rotgans is een kleine, erg donker gekleurde gans Het is een echte wadvogel, die vrijwel nooit in het binnenland wordt gezien. Het dier is namelijk gebonden aan het zoute water, en verblijft daarom op en langs het wad, op de kwelder of het aangrenzende landschap.

Brandgans
Een bijzonder mooie, zwartgekleurde vogel is de brandgans. Voorhoofd, wangen en onderzijde zijn wit, wat bepaald fraai afsteekt tegen de zwarte hals en borst. Ook deze gans broedt in het hoge noorden, namelijk op Nova Zembla, maar verschijnt later in ons land en verdwijnt eerder dan de rotgans. 's Winters heeft de brandgans een voorkeur voor polderland, maar vanaf eind februari tot eind april wordt die voorkeur vrij plotseling verschoven naar de kwelder. De brandgans trekt in de herfst naar de Britse eilanden en naar Wadden- en Noordzeegebied om te overwinteren. In ons land is deze soort dus wintergast en doortrekker.

Roofvogels
Op de waddeneilanden, leven, ook vrij veel roofvogels. Alle drie soorten kiekendieven komen hier voor: de bruine, blauwe en grauwe. De bruine kiekendief is een echte konijnenjager. de bruine kiekendief broedt in rietvelden. De blauwe kiekendief broedt op de eilanden gewoonlijk in duinpannen, vaak verscholen tussen kruipwilg en duindoorn. Deze soort vangt naast jonge vogels ook kleinere knaagdieren. De grauwe kiekendief heeft vooral (jonge) zangvogels, hagedissen en grotere insecten als prooidieren. Minder opvallend dan de kiekendieven zijn ransuil en velduil, echte muizenjagers. Ook de torenvalk komt nog op vrijwel alle landen voor.

 

Winkelwagen

Uw winkelwagen is leeg.