|
Langs de Noordzee- en Atlantische kusten van Europa bevinden zich in totaal circa 12.000 km2 voedselrijke kustwateren die van belang zijn voor waterwild en steltlopers; meer dan de helft hiervan komt voor rekening van de Waddenzee. Dit gebied bevat zeker tweederde van alle bij laagwater droogvallende slikrijke gronden langs de Europees-Atlantische kusten, die daarmee buiten de broedtijd voedsel bieden aan miljoenen overwinterende of doortrekkende steltlopers. Van de ongeveer 30 soorten wadvogels broedt een groot deel in de noordelijk gelegen toendra's. In hoogstens tweeënhalve maand moeten de jonge vogels volgroeid zijn; daarna begint de trek. Negen tot tien maanden per jaar verblijven deze vogels ver van hun broedgebieden en zijn dan geheel aangewezen op de waddengebieden in gematigder streken. Omdat nergens anders op de wereld een waddengebied is te vinden van een vergelijkbare omvang en voedselrijkdom als de Waddenzee, is het niet zo verwonderlijk dat de steltlopers, eenden en ganzen de Waddenzee aandoen. Van sommige soorten maakt zelfs 50 tot 80% van de wereldpopulatie op één of andere manier gebruik van de Waddenzee! Het is dan ook waarschijnlijk dat de populaties van veel van deze soorten zich op het huidige peil kunnen handhaven dankzij de voedselrijkdom en de rust die hen gedurende een bepaalde tijd van het jaar geboden wordt door de Waddenzee.
|
|