|
Die grote rijkdom aan leven is niet toevallig. Want de levensomstandigheden in het waddengebied zijn ronduit ideaal te noemen. Deze worden bepaald door meerdere factoren. Behalve zout bevat het Waddenzeewater ook vele andere stoffen die onontbeerlijk zijn voor levende levens: fosfaat, nitraat, calcium, kalium, plantaardig en dierlijk plankton enz. De getijstromen zorgen voor een voortdurende aanvoer van deze stoffen, en ook van de voedseldeeltjes vanaf de Noordzee. De grote hoeveelheid voedsel (plankton) in de Waddenzee maakt hier het bestaan van vele diersoorten mogelijk. Het plankton wordt gegeten door wormen, schelpdieren en garnalen. Op hun beurt staan die op het menu van vogels en vissen. En de vissen zijn weer voedsel voor vogels, zeehonden en mensen. Deze deeltjes dienen in de eerste plaats als voedsel voor allerlei dieren die in het water en op de bodem leven. Het overschot wordt afgebroken tot opgeloste voedingsstoffen voor planten.
Wormen In de wadbodem komen verschillende soorten wormen voor. Ze variëren sterk in grootte. De grootste, de zeepier, kan ongeveer 25 cm lang worden. Zeepieren verraden hun aanwezigheid door de 'pierenhoopjes' die bij eb op de wadbodem zijn te vinden. Deze hoopjes lijken wel wat op de inhoud van een uitgeknepen tube tandpasta. Het betreft hier de uitwerpselen van de zeepier. Nadat de pier voedsel uit de bodem heeft gehaald, wordt het overblijvende zand naar boven gewerkt.
Schelpdieren Ook schelpdieren leven van het voedsel dat op en in de wadbodem en in het water voorkomt. De meeste soorten leven in de bodem en zuigen met een sifon (een soort slurfje) hun voedsel.op. Sommige slakachtige schelpdieren leven bovengronds. Bijzondere schelpdieren zijn kokkel en mossel. Zij voeden zich door water te filteren met hun kieuwen, waarbij ze het eetbare materiaal tegenhouden. Zowel mossel als kokkelleven in zgn. banken: de mossel boven- en de kokkelondergronds. Op beide soorten wordt in de Waddenzee gevist.
Vissen Zodra in de Waddenzee de vloed doorzet, zwermen grote hoeveelheden vis over de ondergelopen zandplaten uit om te eten. Dit betreft vooral platvis als schol, bot, schar en tong. Hun prooi bestaat voornamelijk uit kleinere schelpdieren, wormen, garnalen en krabbetjes. De vissen in de Waddenzee zijn in een aantal groepen te verdelen. Van de standvissen speelt zich de hele levenscyclus in de Waddenzee af. Dit betreft onder meer puitaal, botervisje en slakdolf. Seizoengasten bezoeken het wad alleen in een bepaalde periode, meestal de zomer. Dit zijn o.a. bot, geep en harder. Menig vissoort die normaal in de Noordzee leeft, kan in de Waddenzee terecht komen. Het zijn er te veel om op te noemen; ze worden toevallige gasten genoemd. Een zeer belangrijke groep gebruikt de Waddenzee als 'kraamkamer'. De jongen van deze soorten worden in de Noordzee geboren, maar brengen hun jeugd door in de Waddenzee. Juist hier vinden ze de juiste watertemperatuur, genoeg voedsel, rust en ruimte.
|