Nationaal park Het grootste gedeelte van dit veelzijdige eiland is natuurgebied, men vindt er zowel duinen, stranden, bossen, wad en een polder: De rust en de stilte hoeven er dan ook niet gezocht te worden. Begin 1984 werd het gehele natuurgebied van Schiermonnikoog aangewezen tot Nationaal Park in oprichting. In juli 1989 volgde de definitieve aanwijzing als Nationaal Park Een Nationaal Park is een aaneengesloten natuurgebied van tenminste 1000 hectare, met bijzondere natuur en een uniek planten- en dierenleven. Doel is de instandhoudingen of ontwikkeling van de ecologische, landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Daarnaast moeten er voldoende mogelijkheden zijn voor natuurvoorlichting, educatie en recreatie. Ten slotte is er extra ruimte voor wetenschappelijk onderzoek De eigenaren/beheerders en bestuurders van een Nationaal Park zijn vertegenwoordigd in een overlegorgaan. Het Nationaal Park Schiermonnikoog is ca. 5400 hectare groot Sinds mei 1989 zijn de natuurgebieden van het Nationaal Park in beheer bij de Vereniging Natuurmonumenten. De duinen die een functie hebben als zeewering worden beheerd door Rijkswaterstaat Buiten het Nationaal Park vallen de bebouwde kom, Bancks Polder en het duingebied ten noorden van het dorp, met de ijsbaan, het kampeerterrein en de Berkenplas.
Lanschap Strand Het Noordzeestrand van Schiermonnikoog is een van de breedste stranden van Europa. De zee voor de kust van het eiland, de 'onderwater delta', is ondiep. De zandbanken die daar ontstaan, verplaatsen zich in de richting van het eiland en groeien vast aan het strand, dat zo nog breder wordt. Afhankelijk van de kracht en de richting van de wind is langs de waterlijn van alles te vinden: schelpen, goudkammetjes, wieren en soms zelfs zeesterren.
Duinen De begroeiing van de duinen is afhankelijk van hun ouderdom. In de loop van de tijd neemt de hoeveelheid kalk in een duin af en verdwijnt de invloed van zout water. Een begroeiing van biestarwegras en helm in de jongste duinen verandert langzamerhand naar dichte struwelen van vlier, kamperfoelie en meidoorn in de oudere duinen.
Kwelder De kwelder is het deel van het eiland wat af en toe nog door zeewater wordt overspoeld. De planten die er groeien moeten daarom goed tegen zout water kunnen. Op de hogere delen groeien zeeaster, lamsoor, zeealsem en rood zwenkgras. Op de lagere delen, die vaker worden overspoeld, groeien planten als zeekraal en slijkgras.
|
 zeeaster
|
 zeealsem
|
 zeekraal
|
Polder In 1860 liet de toenmalige eigenaar van het eiland Mr. J.E. Banck een dijk aanleggen, in waardoor de zogenoemde Banckspolder is ontstaan. Deze polder is een voorbeeld van een voormalige kwelder: Door de aanleg van de zeedijk is dit gebied zoet geworden en geschikt voor landbouw.
Bossen De naaldbossen op Schiermonnikoog bestaan uit aangeplante dennen en sparren. Vooral in de luwte van deze bossen ontstaat spontaan loofbos. Vanaf het uitkijkpunt op de bunker aan de Prins Bernardweg is goed te zien hoe vooral berken zich hebben uitgebreid in oostelijke richting. De naaldbomen, allen van zeer hoge leeftijd, zullen in de toekomst langzaam plaats gaan maken voor loofbomen. In een speciaal bosbeheerplan is vastgelegd wat het bescheiden aandeel van de beheerder in deze omvorming zal zijn.
Flora en Fauna De helft van alle planten en bloemen die in de Nederlandse, flora staan vermeld zijn op het waddeneiland Schiermonnikoog terug te vinden., waaronder orchideeën. Dit is te danken aan: -de afwisseling van en de overgang tussen zout en zoet water -de verschillende terreinhoogtes -de verschillen in de hoeveelheid kalk in de bodem -het verschil tussen zon- en schaduwkant van een duin -de invloed van de wind
Vogels Ook is Schiermonnikoog bekend als vogeleiland. Zelfs in het toeristisch hoogseizoen,huizen hier nog, altijd veel meer vogels dan mensen o.a. de wulp en scholekster zijn vaak op het wad te zien. De Wadden zijn van onschatbare waarde als voedselgebied voor vogels. Er is niet alleen een grote verscheidenheid aan voedsel, er zijn ook allerlei mogelijkheden om het te vergaren: zwemmend, wadend, duikend, langs de vloedlijn of op het drooggevallen wad. De Waddeneilanden zijn daarom een geliefde rust- en broedplaats voor veel soorten vogels. Vogels die hun voedsel niet van het wad halen kunnen ook goed terecht op het eiland. Voor hen is er voedsel te vinden in de vele bessendragende struiken en bomen op het eiland, zoals meidoorn, duindoorn, vlier, braam en wilde roos. In het najaar, winter en vroege voorjaar 'grazen' op Schiermonnikoog duizenden ganzen. Brandganzen en rotganzen uit het hoge noorden komen hier overwinteren. Van de vele soorten eenden die op en rond het eiland voorkomen zijn de eidereend en de bergeend het meest opvallend. De eidereend zit veel op het wad. De bergeend is in het voorjaar vaak In de duinen te zien, waar hij in konijnenholen broedt. Verschillende soorten weidevogels. die vooral 's zomers goed te horen en te zien zijn, zijn scholekster, grutto. tureluur en kievit. Boven het eiland zweven dikwijls roofvogels. De bruine en de blauwe kiekendief zijn vaak in de lucht te zien.
 |
|
| scholekster |
rotganzen |
Zoogdieren In tegenstelling tot de vogels komen er op Schiermonnikoog maar weinig soorten zoogdieren voor. Eén zoogdiersoort, het konijn leeft hier in grote getale, konijnen en hazen houden de begroeiing van het eiland kort.
|